Nieuws
VTD superieur aan VD als inductiebehandeling voor nieuwe myeloom patiënten die een autologe stamceltransplantatie kunnen ondergaan.
De inductietherapie voor nieuwe multipel myeloom patiënten die een autologe stamcel transplantatie kunnen ondergaan is de laatste jaren sterk veranderd. Waar de voorbije 10 jaar de standaardbehandeling VAD (Vincristine-Adriamycine-Dexamethasone) was en later nog TD (Thalidomide-Dexamethasone) vinden de laatste jaren de novel agents een plaats in de kliniek. Tot recent bleek in de literatuur Velcade® -Dexamethasone (VD) een belangrijke verbetering op de oude schema's. Echter, Cavo en collega's (Italiaanse Myeloma Groep) tonen nu aan dat het toevoegen van thalidomide aan dit regime (VTD) de post-transplant outcome van de patiënten significant verbetert. Bovendien zouden voornamelijk de hoog risico myeloom patiënten (e.g. de patiënten met translocatie (4;14) ) een duidelijk voordeel halen uit de combinatie van een proteasoom inhibitor (Velcade® ) en een immunomodulatoir geneesmiddel (Thalidomide).
Subcutaan toegediend Velcade® geeft minder neuropathie dan intraveneus toegediend Velcade®.
Moreau en collega's (Franse Myeloom Groep) toonden recent aan in een gerandomiseerde fase III studie dat subcutaan toegediende Velcade® even efficiënt blijkt te zijn als het intraveneus toegediend Velcade® . Er bleek bovendien een significante vermindering in het voorkomen en de ernst van perifere neuropathie bij de patiënten behandeld met subcutaan toegediend Velcade® . Jammergenoeg is in België Velcade® nog niet geregistreerd voor subcutane toediening. Wij hopen dat de volgende maanden hierin verandering komt.
Biedt Zometa® een overlevingsvoordeel in myeloompatiënten ?
Omwille van de vrees voor kaakbeennecrose gingen de laatste jaren meer en meer stemmen op om de dosis en de totale duur van bisfosfonaten te beperken. Echter, recent toonden Morgan en collega's aan dat dit misschien niet de meest optimale strategie is. In hun studie met meer dan 1900 myeloompatiënten werden patiënten willekeurig opgedeeld in twee groepen : 1 groep werd behandeld met zoledronaat (Zometa® ) en clodronaat (Bonefos® ). Hoewel overleving niet de primaire vraagstelling van de studie was, bleken patiënten onder Zometa® globaal een betere overleving te tonen dan patiënten onder Bonefos® . Dit was bovendien geassocieerd met minder botproblemen en werd gezien onafhankelijk van het feit of bij diagnose botletsels werden gezien. Om deze redenen, opperen sommige artsen het idee om Zometa® niet alleen gedurende 2 jaren na diagnose te geven (wat in overeenstemming is met de internationale richtlijnen) maar ook een verdere onderhoudsbehandeling (met 3 maandelijks interval) aan de patiënten aan te bieden. Nieuwe studies in dit domein zijn echter noodzakelijk.
Nieuwe behandelingsopties bij patiënten met refractaire ziekte of ziekteherval.
Verschillende groepen toonden recent aan dat oudere klassieke chemotherapeutica (e.g. cyclofosfamide) in combinatie met Velcade® of Revlimid® een significante verbetering gaven qua niveau van respons en responsduur. In 2010 toonden Schey en collega’s dat toevoeging van cyclofosfamide aan Revlimid® en dexamethasone veilig is en goede resultaten geeft bij patiënten die reeds verschillende behandelingslijnen hebben doorlopen. Ook worden combinaties van de verschillende novel agents getest. Zo hebben Richardson en collega's de combinatie Revlimid® -Velcade® -Dexamethasone (RVD) nagekeken in de patiënten met ziekteherval, en toonden een significante activiteit aan, zowel in patiënten die resistentie vertoonden aan Revlimid® en/of Velcade® . Dit laat vermoeden dat de combinatie RVD werkzaam zou zijn bij patiënten met een zeer agressieve of refractaire ziekte. Tot slot blijken de nieuwe medicamenten : carfilzomib, pomalidomide en de combinatie bortezomib met een HDAC inhibitor (vorinostat of panabinostat) hoopvolle fase I studies voor te kunnen leggen. Deze laatste geneesmiddelen zijn voorlopig enkel in studiecontext te verkrijgen.
Auteurs : Dr. Karel Fostier & Dr. Ann De Becker - update november 2011