Print

lipsluiting

DE LIPSLUITING

Een enkelzijdige lipspleet wordt meestal gesloten rond de leeftijd van 3 - 4 maanden omdat de spierverbinding in de lip dan gemakkelijk kan uitgevoerd worden. Een goede spiercorrectie vormt de basis voor het repositioneren van de neusvleugel langs de zijde van de spleet. Een dubbele lipspleet kan in 1 of 2 tijden gesloten worden. Dit gebeurt meestal iets later, rond de leeftijd van 4 tot 6 maanden. Indien de twee zijden afzonderlijk worden gesloten, dient een aantal weken tussen elke ingreep te worden gelaten. De voeding kan meestal dezelfde dag na de operatie hervat worden. Voor deze operatie wordt het kindje enkele dagen opgenomen. Indien er ook een gehemeltespleet aanwezig is wordt getracht het voorste gedeelte van het gehemelte in dezelfde tijd te sluiten. De draadjes worden verwijderd tijdens een korte verdoving 1 week na de operatie.

 

DE GEHEMELTESLUITING

Het zachte gehemelte is heel belangrijk voor de ontwikkeling van spraak, en wordt dus eveneens vroeg gesloten, rond de leeftijd van 6 maanden. Soms kan het zachte gehemelte samen met de lip gesloten worden op de leeftijd van 3 maanden. Meestal worden bij een enkelzijdige spleet het zachte en het harde gehemelte samen in 1 tijd gesloten vanaf de leeftijd van 6 maanden. Vroeger werden het harde en het zachte gehemelte gesloten rond de leeftijd van 18 maanden tot 2 jaar om de groei van de bovenkaak niet te remmen. Nu wordt dit in het belang van de spraak vroeger gedaan. Indien het om een zeer brede enkelzijdige of om een dubbele gehemeltespleet gaat, is het echter rond de leeftijd van 6 maanden vaak onmogelijk om het harde gehemelte volledig te sluiten. Dan dient het orthodontisch plaatje (zie orthodontie p. 11) langer gedragen te worden tot de spleet minder breed is.
Afhankelijk van de resultaten van het plaatje wordt het harde gehemelte dan iets later gesloten, maar alleszins voor de leeftijd van 18 maanden. Ook hiervoor wordt het kindje enkele dagen opgenomen. De dag na de operatie mag met vloeibare voeding begonnen worden. Aanvankelijk zal het kindje iets moeilijker drinken of eten omdat het nu tijdens de voeding moet leren door de neus te ademen. In het begin zal het kindje meer naar lucht happen, maar het is hier na enkele dagen reeds aan aangepast. Soms kan na deze operatie toch nog een fistel (kleine opening tussen mond- en neusholte) overblijven, waardoor dan nog vloeistoffen of een klein beetje voedsel door de neus kunnen lopen tijdens de voeding. Indien dit het geval is, zal later eventueel nog een 2e correctie dienen te gebeuren. Indien de fistel ook de spraak beïnvloedt, gebeurt de operatie vrij vroeg. Indien de spraakevolutie goed is wordt geprobeerd deze operatie met een andere te combineren om het aantal operaties zoveel mogelijk te beperken.

 

FARYNXPLASTIEK

Het kan gebeuren dat het kind met een geopereerde gehemeltespleet rond de leeftijd van 3 1/2 tot 5 jaar, ondanks logopedielessen, nog steeds door de neus of onduidelijk spreekt. Dan wordt de functie van het weke gehemelte nagegaan. Als deze onvoldoende blijkt, kan een tweede operatie aan het gehemelte of een farynxplastiek helpen om de spraak te verbeteren. Zo'n operatie wordt in functie van de spraak uitgevoerd, en hiervoor moet het kind enkele dagen gehospitaliseerd worden. Het is dus duidelijk dat een kindje met aangeboren lip- of gehemeltespleet soms talrijke operaties moet ondergaan. Nochtans zal het aantal afhangen van de graad en de ernst van de afwijking. Het dient nogmaals benadrukt te worden dat dit een basisschema is, dat aan elk patiëntje afzonderlijk wordt aangepast naargelang de noodzaak hiertoe.

 

SCHISIS EN KEEL-, NEUS- EN OORPROBLEMEN

Vele kinderen, ook zonder gehemeltespleet, hebben vaak oorproblemen :
bijna alle kinderen krijgen minstens één acute oorontsteking voor ze 2 jaar oud zijn of vertonen een ophoping van slijm achter de trommelvliezen. Deze twee soorten oorproblemen komen regelmatig samen voor. Zo kunnen kinderen meerdere maanden en zelfs jaren rondlopen met een slijmophoping : een dergelijke vochtophoping is meestal pijnloos en wordt bijgevolg zelden opgemerkt door de ouders. Toch veroorzaakt dit een daling van het gehoor wat op zich weer de ontwikkeling van de spraak kan vertragen. Af en toe wordt dit vocht besmet en omgevormd tot etter. Op dat ogenblik ontstaat een acute oorontsteking die gepaard gaat met hevige pijn en hoge koorts. Al deze oorproblemen zijn het gevolg van een minder goede werking van de buis van Eustachius. Deze buis vormt een verbinding tussen het oor en de neus. Normaal wordt deze buis heel regelmatig opengetrokken door de gehemeltespieren : dit gebeurt bijvoorbeeld bij het slikken of snuiten.
Door dit regelmatig openen wordt de druk achter het trommelvlies gelijk gemaakt met de luchtdruk en kan vocht afvloeien naar de neus. Kinderen hebben nu juist zoveel oorproblemen omdat deze buis van Eustachius minder goed werkt. Deze werking verbetert echter geleidelijk met het ouder worden.
Juist omdat de gehemeltespieren deze buis moeten openen hebben kinderen met een gehemeltespleet vaker en langer last van oorproblemen. Deze problemen kunnen echter zelfs na het sluiten van het gehemelte nog vele jaren blijven bestaan.

 

Schisiskindjes moeten dan ook meestal langdurig trommelvliesbuisjes krijgen. Rond de leeftijd van 6 maand, tijdens een anesthesie voor de plastische ingreep wordt een eerste paar buisjes aangebracht. Deze buisjes worden na ongeveer anderhalf jaar spontaan uitgestoten. Indien nadien weer vocht opgehoopt wordt, dienen nogmaals buisjes aangebracht te worden. Deze maal worden buisjes ingebracht die meestal ter plaatse blijven tot de KNO-arts ze later weer wegneemt. Zolang de buisjes in het trommelvlies blijven, hoort het kindje normaal. Bovendien doet zich bij een acute oorontsteking geen hevige pijn of hoge koorts meer voor: er loopt enkel etter uit het oor wat - onder toezicht van een arts - gedurende enkele dagen met oordruppels verholpen kan worden. Zwemmen mag met oordopjes.
Op latere leeftijd komt het kindje mogelijk nogmaals in contact met de KNO- arts: indien de spraak na het sluiten van de gehemeltespleet en ondanks logopedie nog niet optimaal is, dan kan een bijkomend onderzoek verricht worden: hierbij wordt de beweging van het gehemelte op video opgenomen zowel met een lens (endoscoop) ingebracht door de neus als met een speciale radiografische techniek ("neusendoscopie en videofluorografie tijdens de spraak"). Deze beelden worden dan grondig geëvalueerd samen met de neurolinguïste en de plastische chirurg om te beslissen of een bijkomende ingreep (faryngoplastiek) nodig is.

 

SCHISIS EN DE KAAK

Vaak ziet men dat de normale tanddoorbraak bij schisispatiënten gestoord is. Soms zijn er te veel of te weinig tanden. Meestal is de stand of de plaats van de tanden niet normaal. In het melkgebit wordt daar vaak niets aan gedaan. Bij de definitieve tanden zal echter een orthodontische behandeling nodig zijn; het is van groot belang dat het kind reeds vroeg vertrouwd geraakt met de tandarts. Een halfjaarlijkse controle bij de tandarts is noodzakelijk.

 

BEGELEIDING VAN DE BOVENKAAKGROEI VANAF DE GEBOORTE

Bijna alle lip- en gehemeltespleten, zowel de eenzijdige als de dubbelzijdige, komen in aanmerking voor een intensieve behandeling door de orthodontist. Deze beschikt over mogelijkheden om de afwijkende vorm van de bovenkaak te corrigeren. Daar een baby in het eerste levensjaar zeer snel groeit, start de behandeling zo vroeg mogelijk, liefst direct na de geboorte. Het is de taak van de orthodontist om na de geboorte de groeirichting van de bovenkaak door een hulpmiddel zo te beïnvloeden, dat er ongeveer een normale vorm van de bovenkaak ontstaat. Hiervoor wordt het verhemelteplaatje gebruikt dat eveneens nodig is om zuigen toe te laten. In de eerste dagen na het aanbrengen van het plaatje, moeten baby en ouders hieraan wennen. Het kindje, omdat het een heel ander gevoel in de mond heeft gekregen en omdat het anders moet gaan drinken; de ouders omdat ze moeten leren het plaatje uit te doen en het schoon te maken na de voeding. Tijdens de fase van de behandeling moet U met uw baby regelmatig terugkomen om het plaatje te laten aanpassen aan de breedte van de spleet. Tot de sluiting van het gehemelte kunnen 3 tot 4 plaatjes nodig zijn.

 

MONDVERZORGING

De verzorging van de mond is niet alleen een zaak van het schisisteam. Uzelf kunt er ook veel aan doen. Vroege en goede tandverzorging is juist bij kinderen met schisis een absolute noodzaak. Bij het dragen van een plaatje en later van de beugel, blijven voedselresten kleven. Goed onderhoud is van belang voor tandvlees en gebit.

 

VASTE APPARATUUR

Omstreeks het 13-de jaar zal het blijvend gebit, op de wijsheidskiezen na, kompleet zijn. De orthodontist kan nu beginnen met de definitieve behandeling. Deze behandeling gebeurt meestal met vastzittende apparatuur: op elke tand en kies wordt een soort slotje geplakt waardoor hij individueel heel nauwkeurig kan worden verplaatst. Dit soort behandeling duurt meestal meer dan 2 jaar.

 

KRONEN EN BRUGGEN

Op het einde van de behandeling kunnen bepaalde tanden of kiezen nog een onregelmatigheid vertonen. Na een goede tandcorrectie door de orthodontist moet de tandarts soms afsluitende oplossingen vinden. Het komt vaak voor dat een tand naast de spleet te klein, vervormd of anders van kleur is. Ontbreekt een tand geheel, dan kan een brug worden gemaakt, waarbij een kunsttand ter plaatse wordt vastgemaakt aan zijn buren en zo de ruimte opvult. Ontbreken er meerdere tanden en kiezen, dan zal de behandeling door de tandarts uitgebreider zijn. Er zullen kronen en bruggen of een zogenaamde frameprothese worden gemaakt. Er wordt gestreefd naar het behoud van zoveel mogelijk tanden en kiezen. Bij iemand met een schisis is het bijzonder moeilijk een kunstgebit met een goed houvast te maken. Zelfs als er nog maar een paar tanden en kiezen zijn, is het mogelijk om een prothese te maken, die een betere houvast heeft dan een volledige prothese. Bij patiënten met een onderontwikkelde bovenkaak kan een prothese worden gemaakt, die als het ware over het eigen gebit wordt geschoven, en het uiterlijk verbetert. Dit heet een overkappingsprothese. Deze behandeling is natuurlijk alleen mogelijk, wanneer de tanden en het tandvlees gezond zijn. Een goede mondverzorging is dus uiterst belangrijk.

 

Print