UZ Brussel en de universiteit
Bij de oprichting van de Vrije Universiteit Brussel werd onmiddellijk de behoefte van een eigen ziekenhuis ervaren. De redenen zijn tot vandaag relevant gebleken en gaan uit van de opdracht van de universiteit namelijk onderzoek, onderwijs en dienstbetoon. Een universitair ziekenhuis biedt niet alleen een platform aan voor de vorming van studenten in gezondheidsberoepen (arts, biomedische wetenschappen, apotheker, kinesist, psychologie, sociaal assistent, verpleegkunde, enz.), of de ontwikkeling van nieuwe medische technieken of innoverende behandelingsmethoden, maar ook voor een optimale en toegankelijke geneeskunde waarbij het zelfbeschikkingsrecht centaal staat. Door haar locatie in de regio Brussel heeft de Vrije Universiteit Brussel ook de taak op zich genomen om een antwoord te bieden aan het falende taalbeleid in de openbare ziekenhuizen van Brussel. Na een intensieve expansie fase van om en nabij 20 jaar, volgde een consolidatiefase waarbij de werking van het ziekenhuis zowel intern als extern verankerd werd. Vanuit deze opdracht is het ziekenhuis van de Vrije Universiteit Brussel volwassen geworden én tot een volwaardige partner uitgegroeid in het (universitair ) ziekenhuislandschap in Vlaanderen en Brussel.
Know-how omgezet in medische toepassing en ontwikkeling
De naamsverandering tot UZ Brussel is het naambord dat de universitaire strategie van het UZ Brussel draagt. Het UZ Brussel blijft een algemeen ziekenhuis dat de beste zorgen in alle medische disciplines aanbiedt vanuit haar sociale bekommernis tegenover de maatschappij. Hierdoor blijft ze een geschikte opleidingsplaats voor studenten en een studiedomein voor ‘evidenced based medicine’. Tegelijk wordt de complementaire samenwerking met universitaire onderzoeksgroepen over alle disciplines heen versterkt. Zo wordt de wetenschappelijke know-how van de universiteit omgezet naar medische toepassing en ontwikkeling. Deze bundeling van middelen en kennis doet speerpuntcentra ontstaan. Deze multidisciplinaire speerpunten zijn niet enkel medisch (diabetes, reproductieve geneeskunde, cardiologie, oncologie, enz.) maar ook technologisch (electronisch medisch dossier, beeldverwerking, radiotherapie, stamceltherapie, enz.), economisch (farmaco-economie, ziekenhuis economie, enz. ) en ethisch (bv. ‘zorg einde en begin leven’, multiculturele patiënten opvang, enz.). Innovatieve samenwerking met de industrie en ontwikkeling van eigen spin-off activiteiten gaat hiermee gepaard. In de context van optimalisering van de gezondheidszorg maakt ook de samenwerking met andere universitaire ziekenhuizen deel uit van het beoogde excellentiebeleid.
De kruisbestuiving die op de medische campus Jette bestaat tussen het universitair ziekenhuis, de faculteit Geneeskunde en Farmacie, en het departement gezondheidswetenschappen van de Erasmus Hogeschool, leidt tot een versterking van een gemeenschappelijke strategie.
