Ons werkterrein
De esthetische of cosmetische chirurgie is uiteindelijk maar een onderdeel van de plastische chirurgie. Patiënten vragen meestal geen overbodige ijdele versiering. Ze vragen iets wat daadwerkelijk bijdraagt tot hun levensgeluk. Patiënten die esthetische chirurgie vragen zijn normale mensen met normale wensen. Het is de enige categorie patiënten die zelf de indicatie tot een operatie stelt.
De vraag naar esthetische operaties neemt toe in alle plastische diensten over de ganse wereld, omdat de drempelvrees vermindert en omdat deze patiënten zeer goed gemotiveerd zijn. Ook de rol van de media mag niet onderschat worden.
Wat doen we?
- borstverkleinende of borstvergrotende operaties,
een te grote borst kan evenveel psychische problemen opwekken dan een te kleine borst. Vrouwen met te zware borsten voelen zich hopeloos in badpak, durven niet te gaan zwemmen, hebben problemen bij het sporten, enz. Een gesprek betreffende residuele littekens en eventuele complicaties is noodzakelijk. Een tussenkomst van het ziekenfonds is mogelijk als de adviserende geneesheer hiervoor toestemming geeft.
Bij een borstvergroting (die technisch veel eenvoudiger is) wordt door een kleine onopvallende incisie een siliconeprothese aangebracht. Dit onderwerp kreeg in de jaren 90 een negatieve commentaar in de media. Toch is het nooit wetenschappelijk bewezen dat silicone (reeds medisch gebruikt sinds de jaren 60) schadelijk zou zijn.
- correctie van een rimpelbuik (zeer frequent na een paar zwangerschappen),
- postbariatrische heelkunde, waarbij patiënten na een drastische vermageringskuur (dikwijls 50 kg of meer) de weg naar de plastische chirurg vinden om het teveel aan huid te laten corrigeren,
- liposuctie, waarbij vet wordt weggezogen langs een fijne canule,
- neuscorrecties,
- ooglidcorrecties, wegens wallen onder de ogen en soms een teveel aan huid ter hoogte van de bovenste oogleden kan soms gebeuren in combinatie met een facelift wanneer ook de wangen doorhangen,
-
correctie van afstaande oren (dankbare operatie omdat kinderen met afstaande oren dikwijls een bron van spot zijn op school.
De behandeling van goed- en kwaadaardige tumoren is ook een werkterrein.
Er zijn gelukkig meer goedaardige tumoren (waarbij een eenvoudige excisie volstaat) dan kwaadaardige tumoren.
Deze kwaadaardige tumoren worden behandeld in teamverband met de dienst oncologische heelkunde en de dienst dermatologie, wat uiteindelijk de patiënt de beste kansen geeft.
Voor de behandeling van kwaadaardige mondtumoren is een majeure operatie, waarbij een uitgebreide resectie gevolgd wordt door een gecompliceerde reconstructie, dikwijls de laatste kans.
Speciale aandacht moet gegeven worden aan de borstreconstructie na amputatie voor een kwaadaardige tumor. Borstkanker blijft nog altijd een gesel voor onze moderne samenleving. Een op tien vrouwen wordt ooit in haar leven geconfronteerd met borstkanker. Dikwijls is een borstamputatie noodzakelijk.
De borst is een symbool van de vrouwelijkheid in onze maatschappij. Het is een bron van de moederlijkheid, seksueel gevoelsleven en is dikwijls de initiële focus van seksuele intimiteit. Een borstamputatie is dan ook een verminking die veel vrouwen moeilijk kunnen verwerken. De bedoeling van een borstreconstructie is de getroffen patiënte te helpen om zich opnieuw 'compleet' te voelen, de ongemakken van een uitwendige prothese overbodig te maken, geen vestimentaire problemen meer te ervaren en opnieuw een comfortabel gevoel te hebben in alle mogelijke omstandigheden van het dagelijks leven. (Magazine nr. 19, 2005)
Een borstreconstructie na amputatie is sinds vele jaren een gekende en frequent toegepaste techniek. Een borst kan gereconstrueerd worden ofwel primair in dezelfde operatietijd, onmiddellijk volgend op de amputatie, ofwel secundair, meestal vanaf één jaar postoperatief.
Een borstreconstructie moet vooraf uitgepraat worden met de betrokken patiënte. Er zijn minstens twee operaties nodig. Gedurende de eerste operatie wordt een welving gereconstrueerd, enkele maanden later wordt dan de tepel gereconstrueerd en eventueel de andere borst aangepast om de symmetrie te benaderen.
Op dit ogenblik zijn de meest toegepaste technieken van borstreconstructie:
- met een expanderprothese,
Een expander is een prothese die leeg wordt ingebracht en geleidelijk wordt opgespoten met fysiologisch serum langs een klepje dat zich onder de huid bevindt. Het gebruik van een expanderprothese is enkel mogelijk in bepaalde gevallen, wanneer de huid zeer soepel is en er geen postoperatieve radiotherapie werd toegepast.
- met een spier- en huidflap van de rug en prothese,
Soms wordt een borst gereconstrueerd met een spierhuidflap uit de rug. Hierbij wordt een (expander) prothese onder de flap geplaatst om de nodige welving te krijgen. Er is een blijvend litteken op de rug.
- met de huid en vet van de buik.
In andere gevallen wordt een borst gereconstrueerd met het teveel aan buikhuid en vet. Bij deze techniek is geen borstprothese nodig en wordt een borst gereconstrueerd met eigen weefsel. De buikflap kan naar de borstregio worden gebracht verbonden met de rechte buikspier die voor de bloedtoevoer zorgt.
Een verfijning van deze techniek bestaat erin dat enkel buikhuid en vet gepreleveerd worden, enkel op zijn voedende slagader, waardoor de rechte buikspier gespaard wordt. Dit is een langdurige en majeure operatie, waarbij de vaten van de buikflap met microchirurgische technieken verbonden worden met de bloedvaten naast en onder het borstbeen nadat eerst een stukje rib is weggenomen.
Enkele maanden later wordt de tweede fase van de reconstructie uitgevoerd waarbij een tepelreconstructie wordt verricht, eventueel gecombineerd met het symmetrisch maken van de andere borst.
De verschillende technieken met voor- en nadelen en mogelijke complicaties worden telkens zorgvuldig uitgelegd. Een standaardoperatie voor een borstreconstructie bestaat niet. Een borst reconstrueren zoals vóór de amputatie is zelden haalbaar. "We can not make a breast like nature does". Maar het gaat niet om die ene borst. Het gaat om de kwaliteit van het leven. Een vrouw voelt zich met een gereconstrueerde borst opnieuw compleet. In de plastische reconstructieve chirurgie komt het er vaak op neer de patiënten gelukkiger te maken en dit is zeer individueel.
De behandeling van verwondingen opgelopen bij verkeersongevallen zowel primair als secundair is een ander gebied. Het invoeren van de veiligheidsgordel lang geleden heeft het aantal uitgebreide aangezichtsverwondingen en fracturen duidelijk doen afnemen. We kunnen er niet genoeg de nadruk op leggen dat het dragen van de veiligheidsgordel een must is.
Het is niet zo zeldzaam dat patiënten met majeure problemen van huidbedekking, dikwijls ook doorligwonden, uiteindelijk toch hun weg vinden naar de plastische chirurg. We zijn inderdaad zeer goed bewapend met allerlei technieken van weefseltransplantatie om de moeilijkste problemen de baas te kunnen. Het vak is zo evolutief dat er steeds nieuwe technieken gepubliceerd worden.
Sinds de microchirurgie werd ingevoerd zijn de mogelijkheden van reconstructie onbeperkt toegenomen. Met deze technieken worden complete huid (spier) flappen getransplanteerd naar alle delen van het lichaam. Het voedend slagadertje en het afvoerend adertje worden met zeer fijn instrumentarium onder microscopische vergroting verbonden met de acceptor vaten in de buurt van het defect. Deze technieken vragen een behoorlijke training en een nog groter geduld van het chirurgisch team.
Door deze technieken is het ook technisch mogelijk ledematen geheel of gedeeltelijk, zelfs afgesneden vingers te reïmplanteren. Na het enorme succes in het begin van de jaren '80 zijn de indicaties van reïmplantatie wat teruggeschroefd. Hier telt niet alleen de vorm, vooral de functie is belangrijk.
Men heeft beter een goed functionerende hand met een vinger te kort, dan een hand met een stijve, pijnlijke, koude, gevoelloze gereïmplanteerde vinger. Een duim blijft een majeure indicatie voor reïmplantatie.
Zo komen we tot het fascinerende gebied van de handchirurgie waarin niet alleen de traumatologie een belangrijke rol speelt maar ook spontane aandoeningen, zoals contracturen in de handpalm en vingers, frequent voorkomen. Deze laatste aandoening, bekend als de ziekte van Dupuytren, is zeer goed chirurgisch te behandelen.
In onze dienst werd in december 2006 de duizendste Dupuytren operatie verricht.
De menselijke hand is een complex sensomotorisch orgaan. Een maximum aan elementen zitten in een minimum aan ruimte. De hand vertoont twee belangrijke functies: de beweeglijkheid en de gevoeligheid. Een onbeweeglijke hand is nutteloos, een ongevoelige hand is een 'blinde hand'. De chirurgie ervan moet dan ook gebeuren met grondige kennis van de anatomie en met behulp van aangepast instrumentarium, waarin de microchirurgie een belangrijke rol speelt.
1 op 500 kinderen wordt geboren met een gelaatsafwijking. De meest voorkomende afwijking doet zich voor onder vorm van schisis of spleet. Vooral wanneer de afwijking uitwendig zichtbaar is, betekent dit voor de ouders een grote schok. Een aangepaste opvang en behandeling vanaf (of eventueel vóór) de geboorte zijn essentieel om tot een zo goed mogelijke psycho-sociale ontwikkeling te komen. Daarom is multidisciplinaire samenwerking een must.
Sinds 1990 bestaat in het UZ Brussel een schisisteam, gecoördineerd door dr. G. Mullie, specifiek voor kinderen met aangeboren gelaatsafwijkingen. Het team begeleidt kinderen en ouders van voor de geboorte tot de adolescentie en heeft als doelstelling de behandeling van de kinderen te coördineren met het oog op een zo goed mogelijk resultaat.
Ook aangeboren afwijkingen t.h.v. de hand komen voor, hoewel minder frequent. Vingers kunnen aan elkaar vergroeid zijn bij de geboorte, ook een duim kan ontbreken. Een klassieke operatie in een aangeboren viervingerhand zonder duim is een pollicisatie, waarbij een vinger van dezelfde hand volledig wordt losgemaakt, verkort en geplaatst daar waar de duim thuis hoort. Op die manier krijgt het kind opnieuw een grijpfunctie. Deze chirurgie gebeurt in samenwerking met de eenheid kinderorthopedie (prof. H. De Boeck).