Wat doen we?
Overgewicht en obesitas ontstaan door een chronisch onevenwicht tussen energieopname en energieverbruik, met als gevolg vetopstapeling en gewichtsstijging. Overgewicht en obesitas gaan gepaard met tal van bijkomende gezondheidsproblemen, die de kwaliteit van het leven en de levensverwachting zelf ongunstig beïnvloeden (zie complicaties).
Overgewicht en obesitas zijn in onze westerse maatschappij één van de belangrijkste gezondheidsproblemen. In België heeft ongeveer 10% van de bevolking obesitas; overgewicht komt voor bij 37,5% van de mannen en 23,5% van de vrouwen. En deze cijfers gaan in stijgende lijn.
We spreken hier over een 'ziekte' die pandemische vormen aanneemt. Ze zal de komende jaren een enorme invloed zal hebben op onze volksgezondheid, vooral door de verschillende complicaties van overgewicht.
Ook steeds meer kinderen en jongeren kampen met overgewicht. In Nederland en België komt zwaarlijvigheid voor bij 10 tot 15% van de kinderen.
Voorspellingen van het WHO (World Health Organisation) spreken boekdelen: in het jaar 2015 is overgewicht wereldwijd waarschijnlijk het meest omvangrijke medische probleem.
Zwaarlijvigheid kan meerdere oorzaken hebben. Omgevingsfactoren (zoals onevenwichtig eetpatroon, te weinig lichaamsbeweging...) en genetische factoren zijn de belangrijkste oorzaken van obesitas.
1.Overmatig eten
Als u evenveel eet als uw lichaam nodig heeft, blijft u op gewicht. Eet u meer en beweegt u te weinig, dan komt er een onevenwicht. De extra energie wordt opgeslagen onder de vorm van vetweefsel.
De meest voorkomende oorzaak moeten we gewoon zoeken in onze huidige levensstijl: de laatste jaren is het aanbod aan voedingsmiddelen, veelal te vet en te gesuikerd, heel wat toegenomen. Er is een overmatig aanbod van snoep- en frisdrankautomaten, kant en klare fastfood maaltijden, junk food.
We besteden minder tijd aan het klaarmaken van de maaltijden. We eten minder fruit en groenten.
Misbruik van alcohol zorgt ook voor de inname van extra calorieën (het aantal calorieën in drank is afhankelijk van het alcoholgehalte).
2.Tekort aan fysieke activiteiten
Een volwassene moet dagelijks 30 minuten aan matig intensieve lichaamsbeweging doen om voldoende beweging te hebben. Dit kan men eenvoudig invullen door naar het werk te fietsen, door de trap te nemen, kleine boodschappen te voet te doen in plaats van met de auto. Hoe meer beweging, hoe sneller de stofwisseling en hoe minder opstapeling in vetweefsel.
Onze huidige levensstijl is te sedentair: we kijken meer tv, verrichten meer computerwerk, leveren minder lichamelijke activiteit door de toegenomen automatisering.
3.Genetische voorbeschiktheid
Erfelijkheid kan een rol spelen. De genen die verantwoordelijk zijn voor het ontwikkelen van overgewicht zijn nog grotendeels onbekend. Dit geldt ook voor de rol van de interacties tussen genen onderling en tussen genen en leefstijlfactoren.
Anderzijds zijn het veeleer de manier van eten, van maaltijden bereiden, de grootte van maaltijdporties, de vetsamenstelling van de voeding… die langs de familie worden doorgegeven en die we als kind meekrijgen.
4.Medische oorzaken
Schildklierproblemen, vooral te traag werkende schildklier (hypothyroïdie), vertragen de stofwisseling. Daardoor neemt het gewicht toe, zonder meer te gaan eten.
Ook de ziekte van Cushing of overmatige cortisolproductie kan gepaard gaan met gewichtstoename.
In deze gevallen gaat de gewichtstoename gepaard met een aantal andere symptomen en is een bijkomende bloedanalyse nodig om de diagnose te stellen.
Deze afwijkingen zijn meer uitzondering dan de regel.
5.Psychologische oorzaken
Er bestaan vormen van gestoord eetgedrag: snoepgedrag, eetbuien, BED (Binge Eating Disorder) (eetbuistoornis), Boulemia nervosa (eetbui die gecompenseerd wordt met laxeren, braken…).
Emotionele factoren die het gestoord eetgedrag in de hand werken zijn schaamte, negatief zelfbeeld (weinig zelfvertrouwen, minderwaardigheidsgevoelens), negatief lichaamsbeeld, gepest worden…
6.Medicatie
Bepaalde medicijnen zoals anti-epileptica, psychoactieve geneesmiddelen en anti-diabetica kunnen het gevoel van verzadiging beïnvloeden en/of de eetlust stimuleren. Zij kunnen bijdragen tot de toename in gewicht.
BMI (kg/m2) = lichaamsgewicht (kg) / kwadraat van de lengte (m2)
Voorbeeld: een patiënt met een gewicht van 100 kg en een lengte van 1.60m heeft een BMI van 39.
|
|
BMI (kg/m2)
|
|
|
Ondergewicht
|
< 18,5
|
|
|
Normaal gewicht
|
18,5 – 24,9
|
|
|
Overgewicht
|
25,0 – 29,9
|
|
|
Obesitas
|
Graad I
|
30,0 – 34,9
|
|
Graad II
|
35,0 – 39,9
|
|
|
Graad III
|
40,0 – 49,9
|
|
|
Graad IV
|
50,0 – 59,9
|
|
|
Graad V
|
60 en hoger
|
|
|
Mannen
|
Vrouwen
|
|
Minder dan 94 cm Normaal
|
Minder dan 80 cm Normaal
|
|
Tussen 94 en 102 cm Te hoog
|
Tussen 80 en 88 cm Te hoog
|
|
Meer dan 102 cm Zeer hoog
|
Meer dan 88 cm Zeer hoog
|
|
Lichamelijke klachten
|
|
- Hart- en vaatziekten
- Hoge bloeddruk
- Suikerziekte
- Gal- en leverziekte
- Slaapstoornissen
- Verhoogd cholesterolgehalte
- Bij vrouwen: miskraam, verminderde vruchtbaarheid, menstruatiestoornissen
- Bij mannen: verminderd libido, verminderde vruchtbaarheid, erectiestoornissen
- Verhoogd risico op kanker : nier/darm/prostaat/baarmoeder/eierstok/borst
- Gewrichtsklachten
|
|
Psychische klachten
|
|
- Negatief zelfbeeld
- Minderwaardigheidsgevoel
- Depressie
- Sociaal isolement
- Discriminatie
|