Sleeve gastrectomie
Schematische voorstelling van sleeve gastrectomie
Deze ingreep bestaat erin de maag te verkleinen door een groot stuk van de maag weg te nemen. Er blijft slechts voldoende maag over om een buisvormige verbinding te hebben tussen slokdarm en dunne darm.
Het gedeelte van de maag waar het voedsel naar de darm gaat, de pylorus (maagportier), blijft intact. Dit betekent dat het Dumping Syndroom normaal gesproken niet voorkomt na dit type chirurgie.
Het volume van de maag wordt behoorlijk verkleind maar lang niet zo erg als bij de Gastric Bypass operatie. Dit maagreservoir heeft een inhoud van 100 milliliter en zal dus sneller 'vol' zijn met een kleinere hoeveelheid voedsel.
Indien de patiënt zich aan een strikt maaltijdritme houdt zal dit tot fors gewichtsverlies leiden.
Deze operatie is het meest te vergelijken met een lapbandoperatie: het is een ook restrictieoperatie. Vermoedelijk werkt deze ingreep ook deels malabsorptief: het voedsel verteert minder goed in de verkleinde maag en wordt dus iets minder goed opgenomen in de darm.
Deze procedure is niet omkeerbaar.
Deze procedure kan meestal via een kijkoperatie (laparoscopie) uitgevoerd worden. Er is een hospitalisatieduur van enkele dagen nodig.
Deze ingreep kan, in geselecteerde gevallen, ook via SILS (Single Incision Laparoscopie Surgery) uitgevoerd worden.
Voedingsadvies
NVoedings
Na de ingreep is het belangrijk dat u uw voedingsgewoonten aanpast, zowel kwantitatief als kwalitatief. Een gezonde, evenwichtige voeding met voldoende vitaminen, mineralen en voedingsvezel is aangeraden.
Een consultatie bij onze diëtiste voor het nodige voedingsadvies is onontbeerlijk. Dit moet zowel voor als na de ingreep gebeuren.
Verwikkelingen
Complicaties tijdens de ingreep of periode onmiddellijk na de ingreep
Sommige complicaties kunnen zich voordoen tijdens de operatie of in de periode onmiddellijk na de ingreep tijdens de ziekenhuisopname.
De volgende complicaties kunnen zich bijvoorbeeld voordoen:
- Bloeding/ loslating sutuur
- verwonding van een buikorgaan
- verwikkeling van de longen (longontsteking)
- wondinfectie
- trombose (bloedklonters) in de aders van de benen met mogelijk longembool als gevolg
Deze lijst is niet volledig. Er is een zeer klein, niet onbestaand risico op overlijden ten gevolge van complicaties. Uiteraard nemen we speciale maatregelen om dat risico zo klein mogelijk te houden.
Het eten van hoogcalorische voedingsbestanddelen, vooral suikers, kan een onbehaaglijk gevoel geven (“dumping syndroom”). Dit ontstaat doordat de suikers te snel in de dunne darm terecht komen. Hierdoor zakt de bloeddruk en kan de patiënt last krijgen van hartkloppingen en zweten. Dit kan de patiënt anderzijds mee aanzetten tot meer evenwichtige eetgewoonten na de operatie.
Complicaties in een later stadium na de ingreep
We vermelden de meest voorkomende.
- Galstenen: Na de operatie bestaat een verhoogde kans op ontwikkelen van galstenen, waarschijnlijk door verminderde inname van vetten.
- Tekort aan ijzer, foliumzuur, vitamines en mineralen: Deze tekorten kunnen zich vooral voordoen tijdens de periode dat je vermagert. Op aanwijzing van je chirurg neem je best van in het begin supplementen van ijzer, foliumzuur, vitamines en mineralen. Op regelmatige tijdstippen wordt een bloedafname verricht om eventuele tekorten op te sporen. Bij vit B 12 tekort moet dit soms met injecties worden gecorrigeerd. Haarverlies treedt vaak op bij snel vermageren. Ongeveer de helft van alle patiënten ondervindt dit in meer of mindere mate het eerste jaar na de ingreep. Het haarverlies is echter tijdelijk en nooit volledig.
- Vernauwing aan de uitgang van de maag: Heel soms kan de nieuwe maaguitgang vernauwen en aanleiding geven tot overmatig braken. Oprekken van de vernauwing via gastroscopie kan dit verhelpen. Zelden is een nieuwe operatie nodig.
- Maagzweer: Een zweertje in de buurt van de nieuwe maaguitgang kan soms optreden. Dit kan men meestal behandelen met medicatie die de zuurproductie in de maag afremt.