Prognose
Op basis van een aantal biochemische merkers worden de patiënten met myeloom in 3 groepen opgedeeld en deze verdeling hangt samen met de prognose van de patiënten. Tot voor enkele jaren werd hiervoor de stadiëring van Salmon en Durie gebruikt, waarbij hemoglobine, calciumgehalte, grootte van de M-piek en lichte ketens in de urine, botletsels en nierfunctie in rekening gebracht werden. Actueel wordt het “International Staging System” (ISS) gebruikt, deze stadiëring is veel eenvoudiger, enkel albumine en beta2microglobuline worden in rekening gebracht en de correlatie met prognose is uitstekend.
Naast deze stadiëring heeft men ontdekt dat ook afwijkingen van de chromosomen een impact hebben op de prognose van de ziekte. Het kan dan gaan om numerieke afwijkingen (verlies van (een deel van) een chromosoom) bijvoorbeeld verlies van chromosoom 13, 17 of een uitwisseling (translocatie) tussen 2 chromosomen bijvoorbeeld tussen chromosoom 4 en 14. Deze afwijkingen van de chromosomen gaan gepaard met een slechtere prognose.
Vooralsnog heeft dit weinig impact op de behandeling omdat er nog niet voldoende aanwijzingen zijn dat bepaalde geneesmiddelen beter zijn bij patiënten die dergelijke afwijkingen hebben.
Auteur : Dr. Ann De Becker - update november 2011