Inspanningsproef of fietsproef

Inspanningsproef of fietsproef

De inspanningsproef (of fietsproef) is de meest verrichte stresstest en dient in de eerste plaats om belangrijke vernauwingen van de hartslagaders op te sporen.

Voor het onderzoek

  • Meestal wordt dit onderzoek verricht voor het opsoren van vernauwingen van de bloedvaten van het hart, waardoor de hartfrequentie en de bloeddruk oplopen. Medicatie die het hartritme vertraagt, moet 48 uur voor het onderzoek gestopt worden. Alleen dan kan de test met zekerheid een onderliggend probleem van de kransslagaders aantonen. Het is dus aangewezen dat u met de cardioloog overlegt hoe de medicatie met bètablokkers en calciumantagonisten op verantwoorde wijze kan worden gestopt. Indien u tijdens het afbouwen of stopzetten van de medicatie problemen zou ondervinden, moet u contact opnemen met de behandelende huisarts of cardioloog.
  • Het is raadzaam om kledij te dragen waarin u gemakkelijk kan fietsen.

Het onderzoek

  1. Het risico van een stresstest is bijzonder klein, maar niet onbestaand. Een nauwkeurige monitoring laat in de meeste gevallen toe mogelijke complicaties zoals ritmestoornissen, tijdig en adequaat op te vangen. Bij klachten tijdens het fietsen, zoals pijn op de borst, moet u onmiddellijk de arts inlichten.
     
  2. U neemt plaats op een fiets en er worden 4 elektroden op de rug en 6 elektroden op de borstkas aangebracht, alsook een bloeddrukmeter aan de arm.
     
  3. U begint te fietsen aan een basisbelasting van 50 Watt en dit aan een bepaald tempo. Om de 2 minuten wordt de weerstand verhoogd met 25 Watt en moet u gedurende enkele minuten tot een kwartier een bepaald tempo aanhouden. Het is de bedoeling een zo zwaar mogelijke inspanning te leveren.
     
  4. Tijdens deze proef worden de hartfrequentie, de bloeddruk en het elektrocardiogram nauwlettend opgevolgd en worden de symptomen en de klachten nauwkeurig opgemeten.
     
  5. Er zal altijd geprobeerd worden de hartfrequentie te doen oplopen tot minimum 85% van de theoretische maximale hartfrequentie, omdat vanaf dat niveau de inspanningsproef gevoelig is voor het detecteren van vernauwingen van de kransslagaders.