Nieuwe beeldvorming helpt borstkankerchirurgen tijdens operatie beter beoordelen of tumor volledig verwijderd is
19 juni 2026Het UZ Brussel nam deel aan de internationale BrIMA-studie, waarvan de resultaten gepubliceerd zijn in JAMA Surgery. De studie toont aan dat intraoperatieve specimen PET-CT chirurgen tijdens borstsparende ingrepen extra informatie geeft over de snijranden van het weggenomen borstweefsel. Dat helpt hen om al tijdens de operatie beter te beoordelen of een tumor volledig verwijderd is.
Bij borstsparende chirurgie is het belangrijk dat er geen tumorcellen achterblijven aan de rand van het weggenomen weefsel. Soms blijkt pas na labo-onderzoek, 1 à 2 weken later, dat een bijkomende ingreep nodig is. Met de mobiele AURA 10 PET-CT-scanner kan het chirurgisch team het weggenomen weefsel al in de operatiezaal scannen. Zo kan de chirurg, indien nodig, meteen extra weefsel wegnemen.
De BrIMA-studie werd uitgevoerd bij 148 patiënten in zes Europese borstklinieken. De resultaten zijn veelzeggend: het percentage operaties waarbij de snijranden in één ingreep correct werden beoordeeld, steeg van 83,3% naar 95,2%. Dat betekent dat significant meer patiënten na één operatie met zekerheid weten dat de tumor volledig verwijderd is en dat de chirurg dit weet vóór de wonde gesloten wordt.
Het UZ Brussel gebruikt de technologie sinds 2024. “Deze beeldvorming geeft ons tijdens de ingreep bijkomende informatie op een cruciaal moment”, zegt prof. dr. Marian Vanhoeij, borstchirurg en verantwoordelijke voor de Borstkliniek in het UZ Brussel. “Voor patiënten kan dat betekenen dat we sneller duidelijkheid krijgen over de volledigheid van de ingreep en mogelijk een tweede operatie kunnen vermijden.”