Niet altijd een relatie tussen symptomen of een positieve COVID-19 test en het hebben van antistoffen

Niet altijd een relatie tussen symptomen of een positieve COVID-19 test en het hebben van antistoffen

08 juli 2020

In het UZ Brussel zijn nauwelijks meer personeelsleden besmet met het SARS-CoV-2 virus dan het landelijk gemiddelde. Dit blijkt uit een bloedonderzoek dat werd uitgevoerd bij 2.661 van de ongeveer 3.800 ziekenhuismedewerkers. Ook blijkt uit de resultaten van de eerste fase dat wie rapporteerde in contact te zijn geweest met een persoon met bevestigde COVID-19 (binnen of buiten het ziekenhuis en met of zonder bescherming) significant meer kans maakt om antistoffen te hebben tegen COVID-19 dan wie niet in contact is geweest met een persoon met bevestigde COVID-19. Opvallend: het hoogste risico bleek voor onbeschermde contacten buiten het UZ Brussel.

In het UZ Brussel loopt een langetermijn wetenschappelijk onderzoek naar de mate waarin de ziekenhuismedewerkers antistoffen tegen het SARS-CoV-2 virus in het bloed ontwikkelen. De studie verloopt in drie fasen: de eerste fase vond plaats tussen 18 mei en 12 juni. De tweede fase, waarin bij dezelfde deelnemers het bloed opnieuw wordt onderzocht, loopt van 13 juli tot en met 7 augustus. Vijf maanden erna start de derde en laatste fase. De verschillende fases van het onderzoek zullen ook toelaten na te gaan in welke mate de antilichamen in het bloed aanwezig blijven.

In totaal namen 2.661 personeelsleden aan de studie deel, waarvan 75% vrouwen en 25% mannen. 21% van de deelnemers is jonger dan 30 jaar, 48% is tussen de 30 en 50 jaar en 32% is ouder dan 50 jaar. Het gaat om alle ziekenhuisprofielen, zowel medisch, paramedisch als niet-medisch personeel.

Naast de bloedafname wordt aan de deelnemers ook gevraagd een online vragenlijst in te vullen om demografische en klinische gegevens te verzamelen. De onderzoekers willen immers ook nagaan of de verschillen in antistoffen tussen de verschillende risicogroepen mogelijk een verband kunnen houden met de mate van blootstelling aan het virus en de aanbevolen persoonlijke beschermingsmiddelen. Deze variëren immers in functie van de eventuele aerosoliserende procedures (= verspreiding in de lucht) waaraan een patiënt wordt onderworpen. Op die manier kan het UZ Brussel het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen bijsturen waar nodig.

Resultaten

Niet iedereen die positief testte voor COVID-19, heeft antistoffen

Van de 2.661 deelnemers testte 7,4% positief op COVID-19 antistoffen. Dit percentage is iets lager dan de gezondheidswerkers in de Belgische ziekenhuizen (7,7% tussen 22 en 26 april, 7,8% tussen 6 en 10 mei en 8,8% tussen 19 en 24 mei). Van de deelnemers die positief antwoordden op de vraag of zij tussen februari 2020 en de dag van de bloedafname positief testten op een uitstrijk voor COVID-19, bleek bijna 21% geen antistoffen te hebben. Het is mogelijk dat zij die geen antistoffen aanmaakten een ‘andere’ immuunrespons tegen COVID-19 hebben ontwikkeld: dit dient verder onderzocht te worden.

Van de deelnemers met aanwezigheid van antistoffen bleek 11% helemaal geen klachten te hebben ervaren

De deelnemers werd gevraagd of ze sinds het begin van de corona epidemie één of meerdere klachten/symptomen hadden ervaren die mogelijk COVID-19 gerelateerd konden zijn (zoals koorts, geur- en/of smaakverlies, pijn op de borst, …). Van de deelnemers met aanwezigheid van antistoffen bleek 11% helemaal geen klachten te hebben ervaren.

64,5% van de deelnemers die een combinatie van koorts en geur- en/of smaakverlies hebben gerapporteerd, bleken positief te zijn voor COVID-19 antistoffen. Het hebben van beide klachten (koorts + geur- en/of smaakverlies) verhoogt de kans op antistoffen met ongeveer 50-maal tegenover deelnemers die geen klachten hadden.

Hoogste risico was voor onbeschermde contacten buiten het UZ Brussel

Wie rapporteerde in contact te zijn geweest met een persoon met bevestigde COVID-19 (binnen of buiten het ziekenhuis en met of zonder bescherming) maakt significant meer kans om antistoffen te hebben tegen COVID-19 dan wie niet in contact is geweest met een persoon met bevestigde COVID-19. Het hoogste risico was voor onbeschermde contacten buiten het UZ Brussel

Aantal personeelsleden met antistoffen tegen COVID-19 3-maal hoger in de hoge risicogroep en 1,7-maal hoger in de intermediaire risicogroep

Om de blootstelling van het ziekenhuispersoneel beter in kaart te brengen, werden de deelnemers ingedeeld in drie verschillende risicogroepen (laag, intermediair of hoog risicogroep) rekening houdende met patiëntenblootstelling enerzijds (fysiek contact met patiënten, geen fysiek contact met patiënten of geen patiëntencontact) en de ‘werkplek’ anderzijds (inroostering op een COVID gereserveerde zone of non-COVID-zone). Het aantal personeelsleden met antistoffen tegen COVID-19 was 3-maal hoger in de hoge risicogroep en 1,7-maal hoger in de intermediaire risicogroep vergeleken met de laag risicogroep.

Officiële benaming van het onderzoek

“SARS-CoV-2 seroprevalence and seroconversion among employees of the Universitair Ziekenhuis Brussel during the 2020 COVID-19 outbreak”.

Onderzoek onder leiding van prof. Sabine Allard, prof. Denis Piérard, prof. Deborah De Geyter, prof. Patrick Lacor, dr. M. Sc. Ellen Vancutsem, dr. Hilde Devroegh, dr. M. Sc. Sven Van Laer en prof. Ilse Weets
 


Strijd samen met het UZ Brussel tegen Corona

Het Coronavirus treft ons allemaal en het UZ Brussel gaat de strijd aan. Samen met jou? Iedereen kan immers zijn steentje bijdragen. Bedankt!

Steun ons