Ook psychiatrische problemen bij peuters en kleuters moeten meer aandacht krijgen.

Ook psychiatrische problemen bij peuters en kleuters moeten meer aandacht krijgen.

21 maart 2022

Meer dan een jaar. Zolang moeten kinderen ouder dan 6 jaar gemiddeld wachten op een consult bij de kinderpsychiater. Na een diagnostisch of therapeutisch traject is er dikwijls nood aan langdurige externe hulp, waarvoor ze nog eens mogen aanschuiven. Hoewel binnen PAika, de pyschiatrische afdeling voor kinderen en adolescenten van het UZ Brussel, een voorrangsregeling geldt voor kinderen jonger dan 6 jaar, is er ook voor hen een gebrek aan hulpcontinuïteit. Zorgwekkend. Immers, door op die leeftijd al in te grijpen, zouden sommige stoornissen op latere leeftijd minder ernstig of zelfs niet tot uiting kunnen komen. Anna’s verhaal spreekt boekdelen.

Schizofrenie. Anorexia nervosa. Zelfdodingsgedachten. Het zijn niet meteen de problemen waarmee we hier in ’t Ketje, de kinderpsychiatrische dagkliniek voor kinderen van 0 tot 6 jaar van het UZ Brussel, te maken krijgen. Gelukkig maar? Ja, en toch ook weer niet. Echt grote problemen zijn er bij peuters en kleuters nog niet, hoor ik dan soms. Een huilbaby bijvoorbeeld wordt zo geminimaliseerd. Net als een onrustige peuter die moeilijk slaapt. Of een kleuter met extreme driftbuien. Die problemen mogen dan misschien minder ‘zwaar’ klinken dan de kanjers waarmee ik deze paragraaf aanving, dat zijn ze vaak niet. En al zeker niet voor de ouders die dagelijks ‘vechten’ tegen de uitputting, de vooroordelen, het schuldgevoel... Bovendien kunnen die zogezegde ‘probleempjes’ de zaadjes zijn voor ernstige gedrags-, emotionele of relationele stoornissen op latere leeftijd. Problemen die in de kiem kunnen worden gesmoord, hoor ik u dan denken. Dat is zo. Echter moeten we door de immense wachttijden ouders keer op keer vragen om geduld te oefenen. Veel geduld.

“Er is een gebrek aan continuïteit tussen de verschillende zorgtrajecten.”

Kinderen vallen tussen de mazen van het net

Zes maanden tot anderhalf jaar. Zo lang verwijzen we ouders naar een denkbeeldige wachtrij voor een eerste verkennende consultatie. De COVID-19-pandemie heeft dat nog erger gemaakt. Daarenboven ligt een oplossing niet voor de hand. Uiteraard gaat het om geld. Investeren in extra zorgcapaciteit is en blijft noodzakelijk. Maar er zijn niet alleen de wachtlijsten. Er is ook een gebrek aan continuïteit. Na het eerste deel van je zorgtraject kom je alweer op een nieuwe wachtlijst terecht voor het vervolg. Alsof je eerst een jaar wacht op een onderzoek bij de orthopedist, om daarna weer een half jaar te wachten op de radioloog, vervolgens anderhalf jaar op de kinesist… Dit maakt dat sommige kinderen makkelijk tussen de mazen van het net glippen. Het verhaal van Anna legt de vinger op beide etterende wonden.

Lees verder onder de foto

Het wachten doet Anna’s probleem escaleren

Anna, we geven haar een schuilnaam, is een meisje van vier met een hechtingsstoornis. Een pleeggezin ontfermt zich over haar en klopt aan bij een centrum voor geestelijke gezondheidszorg (CGG). Met de handen in het haar. Zoals verwacht komen ze op een wachtlijst. Weken, zelfs maanden gaan voorbij, voor ze een eerste afspraak krijgen. Na enkele weken begeleiding worden ze verwezen naar PAika. Alweer enkele maanden wachten. Ondertussen raakt het pleeggezin uitgeput. Net als Anna zelf. Op school loopt het moeilijk. Het meisje vertoont steeds meer gedragsproblemen. De relatie tussen de pleegouders en het kind raakt verzuurd. Er is veel minder verdraagzaamheid naar elkaar toe. De ruzies stapelen zich op en lopen steeds verder uit de hand. Kortom: het probleem dat enkele maanden geleden misschien met een paar adviezen snel was opgelost, lijkt nu volledig geëscaleerd. Een dagopname in 't Ketje wordt voorgesteld, maar thuis is het ondertussen zo erg dat de pleegouders kort erna aangeven de pleegplaatsing te willen stoppen.

“Een vroege interventie zou de meeste kinderen én hun ouders veel leed besparen (en de maatschappij veel geld).”

 

Anna’s situatie is geen uitzondering, zo leren de cijfers ons: bij ongeveer 50% van de wachtenden verergeren de problemen, bij een kwart van hen blijven ze min of meer stabiel en bij die andere 25% nemen ze licht af terwijl ze aan het wachten zijn. Een vroege interventie zou de meeste kinderen (én hun ouders) duidelijk veel leed besparen (en de maatschappij veel geld!). Hoe vroeger je ingrijpt, hoe groter de ziektewinst (ook op lange termijn) en hoe lager de kosten.

Beperkingen van het bredere zorgsysteem

Terug naar het verhaal van Anna. Een nieuw pleeggezin zoeken, bleek geen optie en dus kwam het meisje (alweer) op een wachtlijst terecht voor een gespecialiseerd internaat. In afwachting zette ’t Ketje de opname wel verder. Lieten we haar los, dan zou ze makkelijk kunnen ontsporen. Op die manier bleef het ook nog net ‘haalbaar’ voor haar pleeggezin. Doordat ze overdag bij ons was, bleek haar gedrag ’s avonds minder moeilijk. Er was opvang tijdens de schoolvakanties en de pleegouders kregen de nodige ondersteuning. Uiteindelijk heeft die zoektocht naar een alternatief met professionele omkadering 11 maanden geduurd.

“11 maanden wachten en dan heeft Anna nog geluk gehad”

Dan heeft Anna eigenlijk nog geluk gehad… want de ouders hadden ondertussen te kennen gegeven dat ze de pleegzorg écht zouden stoppen op een afgesproken datum. Omdat er nog geen zicht was op een internaat, lag enkel nog het plan crisisopvang op tafel. Dit zou betekenen: een plek waar Anna maximum twee weken terechtkon. Resultaat? Tweewekelijks wisselen van omgeving tot er eindelijk een plekje gevonden zou worden in een instelling waar ze langdurig terechtkon. Als bij wonder wilde een internaat – dat eigenlijk maar kinderen opvangt vanaf 6 jaar – op de valreep een uitzondering maken voor het meisje dat ondertussen al 5 jaar was. Het einde van een zeer uitdagend en vooral onzeker parcours, zowel voor haar (en haar pleeggezin) als voor ons. Zij voelde vooral verdriet, boosheid, angst en onbegrip. Wij zijn vooral gebotst op de beperkingen van het bredere zorgsysteem. We hebben een stukje kunnen opvangen, maar we liepen voortdurend vast. Zolang we niet wisten waar ze naartoe zou gaan, konden we niet verder. Konden we niets afronden. Konden we Anna niet voorbereiden op het afscheid van haar pleeggezin of de overstap naar een nieuwe plek.

Spiegel van onze maatschappij: vaak onmenselijk

Dit verhaal is geen alleenstaand geval. Integendeel. De problematieken zijn sowieso veel zwaarder en complexer geworden. Ze zijn als een spiegel van onze maatschappij. De situatie in één woord samenvatten is dan ook moeilijk. Schrijnend. Onbegrijpelijk. Onaanvaardbaar. Vaak onmenselijk. Wij willen helpen. Erger voorkomen. Dan is het erg frustrerend om te zien dat er bij jongeren met een ernstige gedrags-, emotionele of relationele stoornis al vaak op vroege leeftijd waarschuwingssignalen waren. Een vertraging in de ontwikkeling als kleuter. Moeilijk opvoedbaar of antisociaal gedrag.

Hoe vroeger we deze symptomen kunnen herkennen en behandelen, hoe meer kans er is dat het kind beter wordt. Misschien kan een stoornis zelfs in de kiem worden gesmoord. Als we er tijdig bij zijn…

Elk blogbericht op ‘UZ Brussel blogt’ weerspiegelt enkel de mening van de respectievelijke auteur.

Dr. Sam Bonduelle Dr. Sam Bonduelle
Dr. Sam Bonduelle
Kinderpsychiater en verantwoordelijke leefgroep ’t Ketje (kinderpsychiatrische dagkliniek)
Sam Bonduelle is kinderpsychiater op PAika (Psychiatrische Afdeling infants, kinderen en adolescenten) en is verantwoordelijk voor de diagnostiek en begeleiding van kinderen die worden opgenomen in de leefgroep ’t Ketje (0-6j) of in één van de twee crisisbedden.

Respect zit verweven in het DNA van het UZ Brussel. Daarom staat respect ook centraal bij het reageren op nieuws- of blogberichten. We kennen graag uw graag mening en staan open voor suggesties of vragen, maar vragen wel om een aantal simpele regels in acht te nemen. Alleen reacties die de regels respecteren, worden goedgekeurd en gepubliceerd.