Borstkanker

Borstkanker is de meest voorkomende kanker en de belangrijkste oorzaak van kankersterfte bij vrouwen in de Westerse wereld. Radiotherapie (RT) na borstsparende heelkunde halveert de kans op herval en vermindert het risico op borstkankersterfte met ongeveer 20%. Toch blijkt meer en meer dat borstbestralingen geassocieerd zijn met belangrijke bijwerkingen, die soms zelfs levensbedreigend zijn. Borstbestralingen worden geassocieerd met hartziekten en ontstaan van nieuwe kanker (voornamelijk ter hoogte van de longen en contralaterale borst).

Er zijn nieuwe aanwijzingen dat de bestraling van de groep lymfeklieren achter het borstbeen of de 'mammaria interna (MI)'-keten een voordeel biedt: het zou gepaard gaan met minder herval en een betere overleving. Echter, door de ongunstige ligging van deze lymfeklier achter het borstbeen veroorzaakt dit een sterke toename van de bestralingsdosis op voornamelijk het hart en de longen. Daarom is het aangewezen om te onderzoeken of de MI-bestralingstechniek kan worden verbeterd om het hart en de longen zoveel mogelijk te sparen.

Het doel van het onderzoek is tweedelig:

  1. Identificeren van individuele factoren die bijdragen tot een verhoogde kans op bijwerkingen ter hoogte van het hart en de longen. Het doel is om een individueel model te ontwikkelen dat aangeeft welke patiënten meer baat dan schade hebben van de MI-bestraling en de behandeling te optimaliseren voor de individuele patiënt. Het kan bijvoorbeeld aangewezen zijn om bij rokers met overgewicht de MI-keten niet of beperkter te bestralen.
     
  2. Optimaliseren van de MI-bestraling door een nieuwe techniek te ontwikkelen die de dosis straling op het hart vermindert. Dit zal gebeuren door de houding van de patiënt tijdens de bestraling te verbeteren. Normaal krijgen patiënten hun bestraling in ruglig. Echter, als we een rechter zijlig toepassen, valt het hart (links gelegen) door de zwaartekracht weg van het borstbeen. Indien hierbij nog een diepe ademhalingsblokkade wordt toegepast, vergroot de afstand tussen het hart en de te bestralen MI-regio verder (tijdens het inademen vergroot de afstand tussen hart en borstkaswand/MI regio), waardoor de hartdosis sterk vermindert. Er wordt daarbij onderzocht of op die manier mogelijke ernstige bijwerkingen ter hoogte van het hart in de toekomst kunnen worden vermeden met behoud van de voordelen van MI-bestraling.